Verloren paradijs

Terug

Tekst bij de geschilderde valleien:

Het Verloren Paradijs. Het Paradijs wordt gezien als de volmaakte oertoestand die ooit heeft bestaan. Een plaats waar vrede, licht en schoonheid heersen. De vallei staat symbool voor de inwendige kracht van verlangen naar harmonie. Symbool van geborgenheid, totaliteit, oneindigheid, inwendigheid, oorspronkelijkheid. Een verzoening tussen hemel en aarde. Vallei als symbool van het eeuwig vrouwelijke, de schoot van de aarde die draagt en omvat en de cipres als symbool voor mannelijke vruchtbaarheid. Symbolisch door vorm, kleur, plasticiteit en helderheid. De vallei als een abstract geestelijk landschap, waarin het uitwendige en het inwendige zijn versmolten. Door inkeer een terugkeer naar de grond van het mystieke. Aardse bezigheden zoals lezen, zang, muziek, dans en conversatie zijn niet weg te denken uit de iconografie van het Paradijs.

We zijn door God verdreven uit het aardse paradijs. Het plukken van vruchten is een klassiek motief in voorstellingen van het Paradijs. De levensboom en de boom der kennis van goed en kwaad zijn de bronnen van de onsterfelijkheid en de wijsheid. Aardse bezigheden zoals lezen, zang, muziek,dans en converseren zijn niet weg te denken uit de iconografie van het Paradijs. In de oertijd was het een gevaarloze tuin gewijd aan de zondeloze oermens. De tuin met een muur is ontleend aan het motief “hortus conclusus” bij middeleeuwse abdijen die op hun beurt weer terug gaan op het beeld van het aardse paradijs als een ommuurde tuin. In de mythische voortijd was het paradijs het middelpunt van de kosmos. Het verloren paradijs werd het doel van de mens die hoopte dit in de hemel terug te krijgen. De herstelde tuin van de oertijd had vier rivieren,waarvan een met helder levenswater, de tweede niet-dronkenmakende wijn, de derde onbederfelijke melk en de laatste honing meevoerde. Deze 4 paradijsstromen werden in verband gebracht met de 4 kardinale deugden: Voorzichtigheid, Matigheid, Kracht en Gerechtigheid.

De tuin is symbool voor de onder controle gebrachte natuur en de menselijke ziel, die net als de tuin verzorgt en onderhouden moet worden. De tuin is het symbool van het Paradijs en de verblijfplaats van de heiligen. Het Paradijs wordt gezien als een plaats waar vrede, licht en schoonheid heersen, de volmaakte oertoestand die ooit moet hebben bestaan. Soms is het de hemel en soms een pleisterplaats op weg naar de hemel. Het Paradijs wordt voorgesteld als een tuin of als in de christelijke traditie het Nieuwe Jeruzalem.

- Chrisje van der Heyden-Ronde, Vlijmen 2005

 

 

 

Vallei